Ik zag een kerkgebouw. Boven dat gebouw zweefde een grote witte schijf, als een soort parasol. Die schijf was van papier. Papier, dat vanuit het kerkgebouw het zicht op de hemel, op God, belemmerde.

Papier. Regels, formulieren, belijdenissen, allerlei menselijke instellingen. Eigen regels, die belangrijker gevonden worden dan Gods Woord. Maar daardoor het zicht op God belemmeren. In allerlei kerken kunnen regels van mensen zomaar belangrijker gevonden worden dan de regels van God. Mag God Zijn werk doen op Zijn manier? Of moet Hij passen binnen onze kaders? Mag de Heilige Geest vandaag nog Zijn werk doen, of hebben we ook daar onze kaders voor? Willen we luisteren naar Zijn Stem, of houden we de handen voor onze oren?

“Vervuld van de Heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’ Maar ze schreeuwden en tierden, hielden hun handen voor hun oren en stormden met zijn allen op hem af. Ze dreven hem de stad uit om hem te stenigen.”